De doos van Pandora

Hervonden herinneringen maken meer kapot dan je lief is.

Wat zegt de wetenschap?

Op het gebied van klinische psychologie en psychiatrie is het onderscheid tussen wetenschap en pseudo-wetenschap vaak pas achteraf te maken, omdat men zich op het moment zelf nauwelijks realiseert in welke mate de cultuur een rol speelt bij de definitie van wat normaal – en wat abnormaal – gedrag is. En over het geheel genomen komen er weinig wetenschappelijke inzichtenaan te pas. Daaraan wordt door deze disciplines voorbijgegaan ten behoeve van aantoonbaar niet bestaande klinische intuïtie, mode-diagnoses en -therapieën, en niet beproefde ideeën over de werking van het menselijk gemoed.

Wetenschap en pseudo-wetenschap (junk science)

“The notion that traumatic events can be repressed and later recovered is the most pernicious bit of folklore ever to infect psychology and psychiatry. It has provided the theoretical basis for “recovered memory therapy” — the worst catastrophe to befall the mental health field since the lobotomy era.”
Richard McNally (2005) in een ‘Amicus Curiae’ (vriend van de rechtbank) brief

Een voorbeeld dat vaak wordt aangehaald, omdat het zo sprekend is, is de diagnose drapetomania (de neiging van slaven om te vluchten), die tegelijkertijd met een andere ‘afwijking’, de dysaethesia aethiopica, or hebetude of mind and obtuse sensibility of body–a disease peculiar to negroes–called by overseers, “rascality.” die het zwarte ras teisterde, in 1851 door de psychiater Samuel a. Cartwright werd gemunt. hij heeft er zich onsterfelijk mee gemaakt, vooral ook omdat hij een goedkoop medicijn aanprees tegen de ziektes: zweepslagen!

Mocht u al denken dat het in recente tijden beter gesteld is met de wetenschap van de geest, dan moeten we u die illusie ontnemen. Nog steeds doet de waan van de dag opgeld, temeer omdat de samenstelling van de bijbel der psychiatrie, de DSM, voor een groot deel bepaald wordt door lobbyende groepen en het politieke weer. We hebben dit al kort aangestipt bij de bespreking van PTSS:

Dat heeft soms ook goede kanten. Neem bijvoorbeeld homoseksualiteit, dat in 1952 in DSM 1 prijkt als zijnde één van de PARAPHILIA (seksueel fetisjisme), in DSM 2 bevorderd werd tot een stoornis in de seksuele oriëntatie, waar het in DSM 3 het predikaat ‘ego-dystoon’ kreeg (niet in harmonie zijnde met het ‘ik’). Maar in 1973 was het geheel en al uit de herziene versie van DSM 3 verdwenen en men heeft dit sarcastisch wel de meest complete genezing in de geschiedenis van de psychiatrie genoemd. Heel wat beter dan de castratie, die men eerder voorschreef, overigens. En ook nu nog bestaan er ‘conversietherapieën, die de vaak christelijke cliënt beloven hem weer in een ‘normale’ hetero te veranderen.

Naast homorechten activisten, was er een homoseksuele psychiater betrokken bij het pleidooi om homoseksualiteit uit de DSM te schrappen. Hij verscheen tijdens de vergadering met een masker op, zodat hij anoniem kon blijven. Zo ‘normaal’ was het toen nog niet, om ‘gay’ te zijn…

​In het citaat hierboven is sprake van lobotomie en daarom zullen we deze uit de 30er jaren stammende therapie voor iedereen die onaangepast gedrag vertoonde, kort bespreken. Er werd, in eerste instantie via een gaatje in de schedelwand, maar later via een scherp voorwerp dat onder het bovenste ooglid door werd gestoken, een stuk van de frontale hersenen doorklieft. De operatie hielp zo goed, dat de uitvinder ervan, de neuroloog António Moniz er in 1949 de Nobelprijs voor kreeg. Dat de methode naast problematisch gedrag ook de persoonlijkheid van de patiënt te gronde richte, werd in eerste instantie minder belangrijk gevonden. Oudere lezers herinneren zich vast nog wel de film ‘One flew over the Cuckoo’s Nest’, waarin de hoofdpersoon gedisciplineerd wordt. Er zijn veel meer films gemaakt en boeken geschreven over deze ‘behandelwijze’, waarvan we er enkele kort zullen behandelen in De Doos van Pandora, het boek. In Noorwegen en Spanje wordt nog steeds lobotomie-light toegepast: het elektrisch wegbranden van hersenweefsel.

Eén van de tienduizenden mensen die lobotomie heeft ondergaan, was de zus van president Kennedy, Rosemary. Haar gedrag begon toen ze in de twintig was steeds wisselvalliger te worden, ze had wat men nu ‘moodswings’ zou noemen en wat haar ouders vooral zorgen baarde, is dat ze ’s nachts wegliep van de nonenschool waar ze geplaatst was. Ze zou het toch niet met mannen aanleggen? Het idee dat ze zwanger kon worden of een geslachtsziekte kon oppikken zou op de politieke carrières binnen de familie kunnen afstralen!

Rosemary was weliswaar volwassen, maar was gediagnosticeerd als geretardeerd, dus kon haar vader, zonder consent van de moeder of wie anders dan ook, een lobotomie voor haar regelen, die in 1941 plaats had. Onder plaatselijke verdoving werd een scherp voorwerp de hersenen ingebracht. Steeds verder, totdat Rosemary incoherent werd en het ‘God Bless America’ niet meer kon zingen. Het resultaat was dat ze inderdaad niet meer op mannenjacht ging of kon. Haar mentale leeftijd werd geschat op 2 jaar. Ze was niet zindelijk, kon niet lopen en alleen maar brabbelen.

Meer over deze ‘verborgen Kennedy-dochter’: https://people.com/books/why-rosemary-kennedys-siblings-didnt-see-her-after-her-lobotomy