Naar aanleiding van deze uitzending:
https://www.vpro.nl/argos/media/afleveringen/2019/Waarheidsvinding-in-kindermisbruikzaken.html
Aan Sanne Terlingen van Argos, VPRO radio 1.
14-09-2019

Beste Sanne,

Een knap stukje werk, de uitzending van vanmiddag over georganiseerd misbruik. Goed dat jullie Ineke Wesseling er ook in hadden opgenomen, maar het is jammer dat ze termen als ‘confirmation bias’ gebruikte, die de meeste luisteraars niet zullen kennen. De wetenschap is toch altijd minder sexy dan de intuïtieve kennis van van der Kolk, die wat doet denken aan die van de Oude Grieken, die in vuur een luchtige vorm van water zagen en in aarde en steen een samenpersing daarvan. Omdat dat zo goed leek te passen zijn die ideeën tot ver na de Middeleeuwen blijven leven.

Jullie zeggen dat de mensen die de vragenlijst hebben ingevuld voor het merendeel geen hervonden herinneringen hadden, omdat ze immers soms dagboeken bijhielden. Dat deed Yolande uit Epe (Eper incestaffaire) ook. Alleen waren die dagboeken naderhand op haar verklaringen afgestemd.

Waarmee ik niet wil zeggen dat je respondenten bewust liegen. Of ze hun herinneringen aan het misbruik nu hervonden hebben, of ‘het altijd hebben geweten’, volgens de meeste onderzoeken betreft het mensen die meer dan gemiddeld dissociëren. Dat doen ze niet om zichzelf af te schermen van de verschrikkelijke dingen die ze zeggen te hebben meegemaakt, maar omdat ze behoren tot dat deel van de populatie dat makkelijk dagdroomt, van kinds af aan. De meeste menselijke eigenschappen volgen een normaalverdeling en zo ook dissociatie. Je hebt mensen waar het in mindere mate voorkomt en je hebt er die het veel doen. Je kent vast wel de ervaring dat je in gedachten een bekende route liep, fietste of reed en je naderhand niet meer kon herinneren dat je een bepaalde afslag nam. Dat is dissocieren, een heel normale menselijke eigenschap.

Mensen die erg veel dissociëren kunnen vaak moeilijk onderscheid maken tussen iets wat ze hebben beleefd, of gehoord, gezien op de tv, gelezen of gedacht. Om die reden is het voor hen extra belangrijk dat de buitenwereld hun gelooft. In feite zijn ze nl onzeker over datgene wat ze zeggen te hebben meegemaakt. Om overtuigender over te komen kiezen ze er soms voor dagboeken te antidateren of zich op andere ‘bewijzen’ te beroepen.

Van der Kolk zegt – en velen zeggen het met hem – dat het re-traumatiserend voor deze groep is, om niet geloofd te worden. Maar veronderstel nu eens even dat de trauma’s die ze zeggen te hebben beleefd hun niet overkomen zijn. In dat geval is het niet alleen tegenover degene(n) die ze als dader aanwijzen, maar ook voor hun zelf niet goed om teveel met ze mee te gaan. Immers: ze lijden echt onder wat ze veronderstellen dat er is gebeurd, in feite zijn ze ‘après la lettre’ getraumatiseerd. Daarbij verliezen ze in de meeste gevallen ook belangrijke anderen, die ze als dader aanzien.

Wat het gevaar voor de volksgezondheid betreft, waar Peter van Koppen jullie hoofdredacteur over schreef, dat heeft denkelijk te maken met het feit dat andere suggestibele mensen door jullie uitzending kunnen worden aangezet om hun huidige onwelbevinden in termen van georganiseerd misbruik te duiden. We hebben in de 90er jaren een epidemie van dat soort gevallen gehad, ook in Nederland en ik verzeker je: het maakt meer kapot dan je lief is. Dit is ook de reden waarom journalisten wordt aangeraden niet te uitbundig over gezinsmoorden te rapporteren. Dat leidt tot navolging.

Hiermee is niet gezegd dat er geen kinderporno wordt geproduceerd en dat Nederland daarin geen (belangrijke) rol speelt. Maar de zaak Dutroux indachtig liften er veel kwetsbare mensen, vooral vrouwen, op dit soort zaken die volop publiciteit krijgen, mee. Nu er steeds meer historische kindermisbruikzaken worden opgediept, is toch al een klimaat geschapen dat ‘toxisch’ is voor suggestibele, fantasy prone personen. En dat, terwijl ze zoveel moois met hun fantasie zouden kunnen bewerkstelligen, zoals Jelle Brand Corstius en Griet op de Beeck overigens ook doen.

De ‘final common path’ van al die herinneringen, of ervaringen, zo je wilt, duidt niet persé op een groot netwerk dat gelijke methodes gebruikt. Maar wel op iconografische elementen in de moderne media. Ook ‘Aliens’ zien er in de verhalen altijd eender uit.

Verder wil ik je erop wijzen dat verhalen over babymoord e.d. van alle tijden zijn. Toen de Christenen nog een kleine controversiële sekte waren in het grote Romeinse rijk, werden ze ervan beschuldigd. Toen ze het een eeuw later tot staatsgodsdienst hadden gebracht, beschuldigden zij er op hun beurt de Joden van. Dit zijn bijna archetypische verhalen. Daarom gaan ze er misschien ook in als koek.

Voor journalisten is die wetenschap een hele verantwoording.

Met vriendelijke groet,

Saskia van der Stoel