De doos van Pandora

Hervonden herinneringen maken meer kapot dan je lief is.

Bessel van der Kolk

Traumasporen/The body keeps the score

Met ‘The Body keeps the Score’, in het Nederlands vertaald als ‘Traumasporen’, heeft de van oorsprong Nederlandse psychiater dr. van der Kolk een bestseller geschreven, die zijn weerga niet kent. Op een meeslepende en enthousiaste manier vertelt hij over zijn patiënten en de visie die hij geleidelijk aan ontwikkelde op de wijze waarop een psychisch trauma inwerkt op lichaam en geest. Hij is een begenadigd schrijver, sympathiek in zijn betrokkenheid en in de manier waarop hij zichzelf niet spaart waar het gaat om de beschrijving van de weg die hij aflegde om tot een – in zijn ogen beter – begrip van trauma en de behandeling daarvan te komen.

When I intervened to reassure her, saying: “Come on, you were just a little girl – it was your father’s responsibility to maintain the boundaries”, Kathy turned toward me. “You know, Bessel,” she said, “I know how important it is for you to be a good therapist, so when you make stupid comments like that, I usually thank you profusely. After all, I am an incest survivor – I was trained to take care of the needs of grown-up, insecure men. But after two years I trust you enough to tell you that those comments make me feel terrible. Yes, it’s true, I instinctively blame myself for everything bad that happens to the people around me. I know that isn’t rational, and I feel really dumb for feeling this way, but I do. When you try to talk me into being more reasonable I only feel more lonely and isolated – and it confirms the feeling that nobody in the whole world will ever understand what it feels like to be me.” I genuinely thanked her for her feedback, and I’ve tried ever since not to tell my patients that they should not feel te way they do. Kathy told me that my responsibility goes much deeper. I have to help them reconstruct their inner-map of the world. blz. 128

​Er staan ontroerende passages in ‘The Body keeps the Score’. Van der Kolk schildert met de pen zijn beeld van een psychisch trauma. Maar het is een impressionistisch schilderij.

Het impressionisme is een kunststroming die prachtige werken heeft opgeleverd. Het ging de schilders niet om de realistische representatie van de werkelijkheid. Zowel in kleur als in perspectief wordt een getrouwe weergave grotendeels losgelaten. ‘In plaats daarvan onderzochten ze liever hoe ze hun zintuiglijke indrukken in verf konden vangen. Ze wilden boven alles de sensatie van licht, kleur en beweging oproepen.’*

​Net als de impressionisten laat van der Kolk de werkelijkheid grotendeels los. Een vergelijking met Freud dringt zich onherroepelijk op. Ook die had de gave van de pen en kon zijn lezers meeslepen in een door hemzelf gecreëerde wereld. Omdat een mythe, een ‘narratief’, er nu eenmaal makkelijker ingaat dan een verzameling feiten, heeft zijn gedachtegoed een enorme impact gehad en dezer dagen worstelen we nog steeds met de soms desastreuze gevolgen van zijn erfenis.

Sceptici en criticasters van van der Kolk komen al vlug over als zuurpruimen en mierenneukers. Zoals we dat ook in de politiek zien zijn populistische gedachtespinsels er niet makkelijk onderuit te halen door puntsgewijze kritiek. Toch kunnen ook wij niet veel anders doen dan laten zien waar het bouwsel van van der Kolk rammelt. In feite spreekt hij zichzelf elke paar bladzijden tegen, maar het is hier niet de plek om wat dit betreft de puntjes op de i te zetten. Daarom alleen een greep uit de denkfouten en mispercepties uit ‘The Body keeps the score’.

​Reptielenbrein?

​Het is enigszins modieus en het staat geleerd om overal neuro-wetenschappen bij te halen. Maar de connectie tussen wat je op scans in de hersenen kunt zien gebeuren en begrippen als ‘emoties’, ‘sociale relaties’ en ‘creativiteit’ zijn lang niet altijd zo duidelijk als de amateur-hersenduiders – waartoe ook van der Kolk behoort – ons willen doen geloven. In de wereld van de academische ‘neurosciences’ noemt men dat het ‘vertaal-probleem’. Simpelweg gezegd komt het er op neer dat je de hersenen niet kunt zien als een driedimensionale kaart, waarop verschillende functies staan aangegeven. De ‘localisatietheorie’ is sinds lang achterhaald en wordt inmiddels beschouwd als een bijzondere vorm van frenologie, een stroming die destijds elk knobbeltje of deukje aan de buitenkant van de schedel duidde als een uiting van de inborst van de betreffende persoon. ​Uit: Das neue Heilverfahren. Friedrich Eduard Bilz (1888)

Van der Kolk beweegt zich als een dolle stier in de wereld van de hersen-apologeten en pikt eruit op wat hij kan gebruiken. Zijn enthousiasme is werkelijk aanstekelijk, als hij weer eens schrijft ‘I was fascinated to learn’ of ‘I was appalled’, ‘I read it with growing excitement’, of ‘Scans have revealed’.

Net als Trump heeft hij het niet zo op met ‘mainstream’, maar dan heeft hij het over praattherapie en niet over de media. Om deze intuïtie te rechtvaardigen heeft hij een verouderde theorie van stal gehaald: het ‘triune (drievoudige) brain model. Deze totaal misplaatste visie op de evolutie van de hersenen is door hersenwetenschappers nooit erg serieus genomen. Maar google eens op ‘reptielenbrein’ en je ziet dat de gedachte een groot publiek aanspreekt en dat sceptische geluiden als een speld in een hooiberg zijn.

​De oude Grieken deelden rond 500 v.Chr de ‘psyche’ al op in drie delen, die later door Aristoteles in de rangorde die hij in de natuur aanbracht (Scala naturae) werden geplaatst, van primitief tot complex: lusten, passies (emoties) en de ratio. Plato zag de ratio als een ruiter, die de primitievere neigingen bereed.

Dit model is, in de loop der geschiedenis, in verschillende bewoordingen opgedoken: via Galenus naar – in de 50er jaren van de 20e eeuw – Paul MacLean, die het geheel met een evolutionair sausje overgoot. Vanuit de gedachte dat de evolutie een additief proces is, waarbij nieuwe lagen hersenweefsel bovenop de oudere gestapeld worden, onderscheidt hij

– Een ‘reptielenbrein’

– Een ‘zoogdierenbrein’ en

– Een ‘primatenbrein’.

Het idee is door Carl Sagan omhelsd en gepopulariseerd in de bestseller ‘The Dragons of Eeden’ en bereikte tenslotte ook van der Kolk, die het gebruikte om te illustreren dat ‘praten’ bij trauma’s geen zin heeft, omdat de problemen schuilen in de ‘lagere’ hersendelen, t.w. het ‘reptielenbrein’, dat bestaat uit hersenstam en cerebellum (vechten, vluchten, verstijven, ‘overleven’, instincten) en het ‘zoogdierenbrein’, ook wel het limbisch systeem genoemd (emoties en gevoelens). De rationele (neo)cortex, die nodig zou zijn voor bewustzijn, spraak en gedachtes, zou in geval van psychische trauma’s nauwelijks invloed hebben op datgene wat uit de primitievere delen opborrelt.

Naast een theoretische omkadering door het triune brain model, illustreerde van der Kolk deze notie door mensen een hersenscan af te nemen, terwijl hun eigen verslag over de traumatische gebeurtenissen aan hen werd voorgelezen. Hij ziet een verhoogde activiteit in een aantal hersenstructuren die bij emoties betrokken zijn en een verlaagde activiteit in een spraakcentrum. Conclusie: Het geheugen van getraumatiseerde mensen is volledig georganiseerd op impliciet niveau. (Ze kunnen er dus niet over praten). Daar de proefpersonen het verhaal eerst zelf verteld hadden, lijkt dit een wat rare draai. Zo zie je maar hoe je je in allerlei bochten kunt wringen, om je ideeën te bevestigd te krijgen!

Los daarvan is de evolutie geen blokkentoren. Ook reptielen hebben al een primitieve cortex. Deze is in de loop van miljoenen jaren geëvolueerd in onze hersenschors (hoewel we niet in directe lijn van de reptielen afstammen).

Alle delen van de hersenen zijn met elkaar verbonden en de nieuwste inzichten beschouwen de hersenen meer als een hologram, dan als een aantal discrete structuren met bepaalde functies. Zo is het volgens van der Kolk e.a. tot het ‘reptielenbrein’ behorende cerebellum bij mensen wel degelijk betrokken bij denkprocessen en kan het geheugen niet zonder het limbisch systeem, dat de onterechte naam ‘zoogdierenbrein’ opgeplakt krijgt.

​We besteden daarom zoveel aandacht aan deze kwestie, omdat van de lezers van ‘The Body keeps the Score’ niet verwacht kan worden dat ze op de hoogte zijn van de wetenschappelijke stand van zaken in de ‘neurosciences’. Ze kunnen makkelijk geïntimideerd worden door de hersenterminologie die van der Kolk gebruikt en daar het triune brain model intuïtief aanspreekt – het is niet voor niets al 2500 jaar in gebruik! – gaat het er bij veel mensen in als koek.

​Het woordeloze trauma

We zijn er overigens van overtuigd dat van der Kolk zijn lezers niet bewust misleidt. Hij is nu eenmaal niet geïnteresseerd in literatuur die zijn ideeën tegenspreekt. In die zin vormt zijn gedachtegoed een sprekend voorbeeld van wat men de ‘confirmation bias’ noemt, of cherry-picking. Hij merkt alleen die theorieën op die passen in wat hij toch al denkt. Dat hij daarbij af en toe oneerlijk overkomt, zoals de kritische literatuur over hem beweert die we onderaan deze bladzijde hebben toegevoegd, kunnen we ons voorstellen. Zelf denken we dat lijnrechte oneerlijkheid veel minder voorkomt dan zelfbedrog, ‘self-justification’. Zie hiervoor de recensie (in het Nederlands) van ‘Mistakes were made, but not by me. Why we justify foolish beliefs, bad decisions, and hurtful acts’, elders op deze site.

In principe zullen we zowel op de site als in het boek pogen scherpe kritiek te leveren op de ideeën die leiden tot pandora-herinneringen. Maar we zullen pogen te vermijden ‘argumenta ad hominem’ te gebruiken, dus karaktermoord te plegen. En wat zelfbedrog betreft: wie zonder zonde is werpe de eerste steen!

​Wordt het triune brain model door van der Kolk gebruikt om te illustreren dat psychische trauma’s herinneringen of indrukken achterlaten op plaatsen waar de ratio niet bij kan, in feite is het oude wijn in nieuwe vaten. De ‘recovered memory’ beweging is al decennia lang de mening toegedaan, dat een trauma bestaat uit losse elementen: beelden, dromen, emoties, een stijl van relateren, zelfs lichamelijke sensaties – die een vernietigende invloed uitoefenen op de menselijke psyche, zolang ze niet kunnen worden geïntegreerd in het levensverhaal van de betrokkene. Pas als ze daar deel van uitmaken, ondergaan ze de gewone processen, die het geheugen eigen zijn. Ze worden vervormd om ze passend te maken en kunnen hun angstaanjagendheid verliezen.

Het is een plausibel gedachtegoed, maar daar kan het natuurlijk niet bij blijven. Dat de aarde vlak is, of dat de zon om ons heen draait zijn ook ideeën die onze dagelijkse ervaringen verwoorden. Maar daarmee zijn ze nog niet waar.

Er is elders op deze site al de nodige aandacht besteed aan onderzoeken die erop wijzen dat werkelijk traumatische herinneringen niet verdrongen of gedissocieerd worden, maar op onaangename wijze het leven van alledag verstoren.

In de literatuur is echter minder vaak een repliek te vinden op de gedachte dat traumatische herinneringen onschadelijk zouden worden gemaakt als ze onderdeel gaan uitmaken van een afgerond verhaal dat je – zo wordt er gezegd – bij wijze van spreken op een boekenplank kunt zetten, of het er weer van afhalen als dat je goeddunkt. Je hebt er, kortom, controle over. Zonder daar al te diep op in te gaan willen we in dit kader wijzen op iemand als Primo Levi, die zijn ervaringen in de Holocaust op aangrijpende wijze heeft verwoord. En desondanks zelfmoord pleegde.

​Onbewust

Naast het triune brain model heeft van der Kolk (vdK) zich laten inspireren door de polyvagal-theorie van Stephen Porges. Het zou te ver voeren deze helemaal uit de doeken te doen, omdat dan achtergronden van het autonoom of onwillekeurig zenuwstelsel moeten worden uitgelegd. Maar de reptielenhersenen (de nervus vagus ontspringt in de hersenstam) komen ook hier weer om de hoek kijken. Die zorgen normaliter voor vechten of vluchten, maar in het geval van seksueel misbruik, waarbij je in veel gevallen wordt vastgehouden, wordt deze gezonde reactie op gevaar gefrustreerd, aldus Porges – en met hem vdK. Wat rest is ‘bevriezen’, of dissocieren. En dat wordt volgens de heren door een overblijfsel van een ‘reptielen nervus vagus’ veroorzaakt, die tevens een daling van hartslag en ademhaling in gang kan zetten. Voor reptielen is dit een gezonde aanpassing, aldus deze mythe. Maar voor zoogdieren niet. En getraumatiseerde mensen blijven gemakkelijk in deze toestand hangen.

De klinische intuïtie zou dit aan hun onbewogen gezichtsuitdrukking kunnen zien.

​Gerespecteerde evolutie-biologen reppen van “polyvagal polly wally doodle” en “ridiculous,” en zeggen dat ze er geen moment over denken deze ideeën, die op nattevingerwerk zijn gebaseerd, serieus te nemen. Therapie die er uit voortvloeit wordt bestempeld als ‘post truth’ en ‘post fact’, waarmee bedoeld wordt dat het gebaseerd is op persoonlijke overtuigingen, emoties en op dat wat waar ‘voelt’, in plaats van op objectieve feiten.

​In feite komt alle RMT (Recovered Memory Therapy) voort uit het door feministen omarmde postmodernisme, dat een objectieve waarheid afwijst, zoals we in het boek zullen laten zien. De therapeuten ‘laten hun gevoel spreken’, in plaats van hun verstand. Dat klinkt allemaal erg lief en empathisch, maar als het betekent dat je cliënten laat geloven in niet gebeurde, afschuwelijke gebeurtenissen, dan kun je er maar beter voor zorgen dat ze zich in het hier en nu kunnen handhaven en je op klef voyeurisme gebaseerde geweeklaag niet nodig hebben.

​Van der Kolk heeft het in zich mee te surfen op de golven van allerlei hypes. Neem nu HRV, de variatie van de ‘pols’, de snelheid van de hartslag. Deze wordt in de medische wereld inderdaad gebruikt als maat voor het functioneren van het hierboven aangestipte ‘onwillekeurige zenuwstelsel’, dat ervoor zorgt dat allerlei lichamelijke processen plaatsvinden buiten onze bewuste controle. Alleen al het woord (on)bewust is voor velen, waaronder vdK, een trigger. Om die reden heeft hij ook het impliciet geheugen een belangrijke plaats toegekend in zijn theoretisch samenraapsel. Dat geheugen, immers, is onbewust! We hoeven er niet meer over na te denken hoe we fietsen of zwemmen. Maar het is niet zo ontoegankelijk als van verborgen herinneringen wordt beweerd. Als we dat willen kunnen we ons zeer goed bewust zijn van bewegingen die veelal automatisch verlopen. Alle sporttrainingen zijn op dat feit gebaseerd.

Overigens is het ‘impliciet’ of ‘non-declaratief’ geheugen niet meer dan een verzamelnaam om aan te duiden dat er geheugentaken buiten onze bewuste inbreng kunnen verlopen. In werkelijkheid is het niet één systeem, maar een groep zeer diverse verschijnselen.

​Denkfouten

Elders op deze site hebben we melding gemaakt van het ‘von Domarus principe’, een denkfout die behelst dat men verschillende zaken over één kam scheert, op basis van het feit alleen dat er in de beschrijving ervan hetzelfde woord voorkomt. Bij vdK kun je je voorstellen dat hij met rode oortjes de google-hits op het woord ‘onbewust’ afgaat, in de hoop een bewijs voor zijn visie op trauma te vinden. En HRV past in het plaatje! Het is een gezonde aanpassing aan de eisen die er aan het hart worden gesteld, dat de snelheid van de hartslag kan variëren. Dat doet hij al bij elke in- en uitademing. Mensen met een lage HRV lopen een groter risico op harkwalen. Maar volgens de redenering van vdK en de zijnen maakt het feit dat een lage HRV ook kan samenhangen met diverse psychische, stress gerelateerde, problematiek het mogelijk om eenvoudig in te grijpen in de psyche van de mens, namelijk door de HRV te wijzigen!

​Dat is net zoiets als te zeggen: Als de kachel aan is heb ik het lekker warm. Als ik nu zorg dat ik het lekker warm heb, ontbrandt de kachel vanzelf. Of, zoals de Engelsen zeggen: ‘the tail is wagging the dog.’ Of: als ik maar zorg dat ik nat ben, gaat het wel regenen.

Daar komt nog bij, dat er veel ruis zit op de lijn. Er zijn ongelooflijk veel redenen voor verschillen in HRV-metingen. Zo worden ze bijvoorbeeld beïnvloed door leeftijd, geslacht, lichaamshouding, ademsnelheid, roken, tijdstip op de dag en medicatie. Mogelijk inderdaad ook door psychische problemen, maar de meningen daarover verschillen. Inmiddels is er echter wel een hele industrie van ‘heartmath’ ontstaan, zie https://www.heartmathbenelux.com/, die, zoals veel pseudowetenschap, een kern van waarheid in zich draagt, namelijk: HRV kan iets over je (psychische) gezondheid zeggen, maar die voor de rest berust op commercie en bullshit. Zo wordt er gezegd dat je hart meer signalen zendt naar je hersenen, dan andersom (en dat het daarom weer in zijn metafysische betekenis moet worden hersteld). Ja, haal je de koekoek! Je kleine teen heeft ook meer verbindingen richting hersenen dan andersom. Maar ondertussen heeft vdK met zijn fantastische antennes voor verhalen die aanspreken de stroming in zijn therapeutische methodes opgenomen. Zoals hij ook ‘powertherapieën’ als EMDR incorporeerde. The body of his therapies keeps the score, indeed!

​Lichaamsherinneringen

Wat doet het er eigenlijk toe dat de wetenschappelijke basis van van der Kolk’s theorieën uit drijfzand bestaat? Is het in de geneeskunde en de psychiatrie niet zo dat er nu eenmaal middelen zijn die ‘helpen’, zonder dat men de werking ervan kent? Zou dat ook niet het geval kunnen zijn bij de behandelingen van vdK?

Een citaat uit ‘The Body keeps the Score’ verduidelijkt misschien waarom we het toch nodig vonden om zo diep op een aantal van zijn ideeën in te gaan:

“I was appalled: Marilyn was the third person that year whom I suspected of having an incest history and who was then diagnosed with autoimmune disease – a disease in which the body starts attacking itself.”

blz 126.

​Van der Kolk wijdt er meteen een onderzoek aan. Hij recruteert 12 vrouwen met een incestgeschiedenis en 12 zonder (waarvan hij beweert dat het nog een hele toer was om die te vinden!) en doet met behulp van immunologen een onderzoek naar hun afweersysteem. En zie hier: de 12 incestslachtoffers hadden relatief meer ‘geheugencellen’, witte bloedlichaampjes die ontstaan zijn als reactie op vroegere indringers en die in staat zijn vlug te reageren als zo’n bacterie of virus het lichaam weer binnendringt. Dit maakt het lichaam overgevoelig voor mogelijke aanvallen, aldus vdK, zodat het in de verdediging kan schieten als dat helemaal niet nodig is.

Hij concludeert:

​”Our study showed that, on a deep level, the bodies of incest-victims have trouble distinguishing between danger and safety. This means that the imprint of past trauma does not consist only of distorted perceptions of information coming from the outside, the organism itself also has a problem knowing how to feel safe. The past is impressed not only on their minds, and in misinterpretations of innocuous events (…), but also on the very core of their beings: in the safety of their bodies.”

​Er rijzen veel bezwaren tegen de hierboven afgedrukte beweringen, maar we zullen ons concentreren op het feit dat vdK koste wat koste wil bewijzen, dat er traumasporen in het lichaam van mensen die in hun jeugd seksueel zijn misbruikt, zijn terug te vinden.

Een wezenlijk probleem uit zich meteen in het eerste citaat: doordat seksueel getraumatiseerde mensen volgens vdK niet over hun ervaringen kunnen praten, is hij het die de ‘vermoedens van incest’ ontwikkelt. Hij is overigens niet de enige traumatoloog die voornamelijk getraumatiseerde mensen denkt te zien. Dit is misschien een dooddoener, maar wel een belangrijke. Marilyn, uit het citaat hierboven, bleek namelijk LE (Lupus Erythematosus) te hebben. Een auto-immuunziekte, zoals van der Kolk al opmerkt. Eén die zich, zoals wel meer auto-immuunziektes, tevens kan richten tegen het zenuwstelsel en de hersenen. Je kunt je voorstellen dat dit gevolgen kan hebben voor het gedrag. Er kan bijvoorbeeld onrust ontstaan, er kunnen psychotisch aandoende verschijnselen optreden, of alleen hoofdpijn. Veel mensen met een dergelijke auto-immuunziekte komen in eerste instantie bij een psychiater terecht. Is dit van der Kolk, dan is er een gerede kans dat hij ze voor incest-slachtoffers aanziet.

https://psychscenehub.com/psychinsights/autoimmune-diseases-masquerading-psychiatric-disorders-paradigm-shift-psychiatry/

​Er zijn meer onderzoekers die psychiatrische symptomatiek aan auto-immuunziektes proberen te koppelen. Psychoses, depressies, angststoornissen en nog veel meer psychiatrische syndromen blijken onder hun lijders een onevenredige hoeveelheid auto-immuunziekten te hebben. Dat maakt dat de uitleg dat er een gebrek aan veiligheid binnenin het lichaam is, ten gevolge van incest, een beetje verbleekt. Tenzij al die andere psychiatrische ziektes ook op incest duiden.

​Omdat hij richting ‘lichaamsherinneringen’ wil, gebruikt vdK ook nog eens tendentieuze bewoordingen voor het feit dat hij relatief meer lymfocyten vond, ja inderdaad: ‘geheugen’cellen! Maar het geheugen van cellen is in niets te vergelijken met het geheugen voor autobiografische gebeurtenissen. Het bestaat enerzijds uit specifieke afweerstoffen in het bloed, anderzijds uit moleculen aan de buitenkant van de cel die op lichaamsvreemde antigenen (kleine eiwitmoleculen op de celmembraan) reageren. Je kunt zeggen dat ze die ‘herkennen’, maar in feite gaat het gewoon om een chemische reactie. Je zegt ook niet dat aardgas zuurstof ‘herkent’ als het verbrandt: CH4 + 2O2 → CO2 + 2H2O. Komt geen geheugen aan te pas!

​We zullen het von Domarus Principe nog vaak van stal moeten halen bij een uitgebreidere bespreking van vdK. Ware het feit dat hij steeds bewijzen zoekt voor pandora-herinneringen niet zo desastreus voor zowel zijn patiënten als voor hun sociale omgeving, dan had het wel iets aandoenlijks dat iemand zich zo in de luren laat leggen door taalgebruik dat op heel andere dimensies van toepassing is. Het is alsof je het woord ‘arbeid’ in de PvdA gelijkstelt met het natuurkundige begrip ‘arbeid’, dat de inspanning weergeeft die nodig is voor het verplaatsen van een massa. (Als je dan ook nog ‘massa’ en ‘menigte’ gelijkstelt, kom je misschien juist weer dichter bij een begrip van de PvdA).

​Mensen die bovenstaande lezen zullen misschien bevreemd opkijken dat wij beweren dat een psychiater, iemand, immers, die jarenlang heeft gestudeerd, zich een buil valt aan recente wetenschappelijke inzichten en zich bezondigt aan denkfouten. Daarom moeten we enigszins orde op zaken stellen. De geneeskunde met als specialisatie psychiatrie, is geen wetenschappelijke opleiding, hoewel het op universiteiten en in universitaire medische centra wordt onderwezen. Men wordt niet opgeleid tot wetenschappelijk onderzoeker, maar tot clinicus. Wat dat precies inhoudt is moeilijk te omschrijven, maar voor ons doel is het voldoende om duidelijk te maken wat het niet inhoudt:

– Een psychiater of klinisch psycholoog leert niet of nauwelijks wetenschappelijk te denken, noch regels als validiteit en betrouwbaarheid te hanteren bij onderzoeken.

– Een clinicus heeft niet meer – en onderzoeken wijzen uit eerder minder – mensenkennis dan de gemiddelde man of vrouw op de straat.

– De zogenaamde ‘klinische intuïtie bestaat niet. Wat daarvoor doorgaat is volslagen onbetrouwbaar.

​In ons boek zullen we uitgebreid verhalen over de praktische gevolgen van het ontbreken van een skeptische en wetenschappelijke houding bij van der Kolk. Het moet gezegd worden dat hij tegenwoordig minder dan in de 90er jaren, toen hij gezamenlijk met de psychiater Judith Herman (Trauma en Herstel) optrad als proponent van pandora-herinneringen, de nadruk legt op het naar boven halen van alle ‘details’. Maar het feit dat hij elk kwaaltje of kriebeltje duidt als een uiting van een lichaamsherinnering aan een trauma, maakt dat hij toch veel schade kan aanrichten. Niet alleen wordt een patiënt die zich niet met een trauma meldt, er van overtuigd dat haar problemen duiden op een diep weggestopte kennis van afschuwelijke gebeurtenissen, die ze vroeger heeft meegemaakt, ook wordt ze niet adequaat geholpen met de problemen waarvoor ze oorspronkelijk hulp zocht. En of er nu sprake is van het volledig opdelven van herinneringen of niet, duidelijk moge zijn dat de ouders of verzorgers van het eenmaal volwassen kind meer hebben geweten van de verschrikkingen.

Het gebeurt ook in de V.S. steeds minder vaak dat kinderen hun ouders via rechtspraken ter verantwoording roepen. Dit komt m.n. omdat klinische getuige-deskundigen een zeer kwalijke rol hebben gespeeld, waar ze er coûte que coûte vanuit gingen dat hervonden herinneringen zowel op waarheid berustten, als zich onveranderd door de tijd aan iemand zouden manifesteren.

Dankzij het feit, echter, dat een aantal van de vrouwen die hun ouders beschuldigden – vaak tientallen jaren later – op die beschuldigingen terugkwamen, werd twijfel gezaaid aan de deskundigheid van de ‘experts’ die getuigden. In Nederland was het m.n. aan de oprichting van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ) te danken dat ouders niet meer door de politie van bed gelicht werden en in het beklaagdenbankje terecht kwamen, op basis van de beweringen van hun dochter/zoon en de therapeut.

​Getuige-deskundige

Om de wijze van denken van van der Kolk en de zijnen te illustreren, is het echter zinvol om één van zijn getuigenissen nader te belichten.

Het gaat om een 68 jarige vrouw, Ann Schahzade, die haar vijf jaar oudere neef ervan betichtte haar 56 jaar eerder bij verschillende gelegenheden ongewenst betast te hebben. Ze was deze voorvallen vergeten en was al de tijd die er was verstreken zeer vriendschappelijk met neeflief omgegaan, waarbij ze het zich liet aanleunen dat hij haar zo nu en dan financieel de hand boven het hoofd hield. Toen ze in 1991 echter vroeg of hij haar een bedrag van 30.000 dollar zou kunnen voorschieten, weigerde hij dat. Voor haar was dat aanleiding zich de betastingen te herinneren en ze daagde haar neef voor het gerecht vanwege het feit dat ze dusdanig getraumatiseerd was door de gebeurtenissen, dat ze de herinnering eraan had verdrongen.

Uit de gerechtelijke overwegingen blijkt dat de getuigenis van van der Kolk van doorslaggevend belang is geweest voor het accepteren van verdrongen herinneringen in het proces. Dus de vraag is: Wat precies heeft vdK getuigd? De rechter heeft dat hier opgeschreven:

https://law.justia.com/cases/federal/district-courts/FSupp/923/286/1946830/

Wij zullen de argumenten samenvatten en van een weerwoord voorzien.

​Van der Kolk beweert dat er algemene consensus is onder klinische psychiaters. Zoals u in het volgende hoofdstuk kunt lezen, woedde er op dat moment echter een ware oorlog over hervonden herinneringen:

Deze controverse ging inderdaad m.n. tussen clinici en wetenschappers, maar dat wil niet zeggen dat er geen klinisch psychiaters aan de kant van de wetenschappers stonden. We noemen er een paar op:

– Herbert Spiegel, 1914-2009. Interessant feit is dat zoon David, eveneens psychiater, aan de ‘andere kant’ stond.

– Aaron Tempkin Beck

– Paul Rodney McHugh (1931) was naast wetenschapper van 1975 tot 2001 hoofdpsychiater bij het Johns Hopkins Hospital. Citaat: “…to treat for repressed memories without any effort at external validation is malpractice pure and simple…”

– Robert Spitzer (1932-2015): “My impression is that most of [the] therapists are not familiar with the most elementary principle of scientific investigation, which is that you have to be cautious and skeptic. You can’t take on face value people’s supposed memories unless there is corroboration.”

– Harold I. Lief

– Harold Merksey

– Harrison Pope (1947). Volgens de ISI (Institute for Scientific Information) één van de meest geciteerde psychiaters uit de 20e eeuw.

– Philip R. Muskin

– dr August Piper Jr. MD Psychiater met een privé praktijk in Seattle. Schrijver van Hoax and Reality: The Bizarre World of Multiple Personality Disorder (1997).

​Deze psychiaters (en er zijn en waren er veel meer), zijn niet de minsten. Maar in alle gevallen publiceerden ze ook degelijke wetenschappelijke onderzoeken. Dat maakt ze tot een belangrijke groep, daar proponenten van RMT altijd beweren dat pure wetenschappers, die geen praktijkervaring hebben, zich niet kunnen uitspreken over de betrouwbaarheid van hervonden herinneringen.

​Los daarvan heeft de American Psychiatric Association, evenals die in Canada, Australie en G.B. de controverse in de loop van de 90er jaren benoemd en een waarschuwing doen uitgaan t.a.v. praktijken die gericht zijn op het bovenhalen van verdrongen of gedissocieerde herinneringen.

​De conclusie moge zijn dat de heer vdK niet had mogen getuigen dat men het in de psychiatrische wereld eens was over deze kwestie.

​Desondanks maakte vdK direct na de uitspraak van de rechter dat hervonden herinneringen als bewijs geaccepteerd werden, zijn ‘triomf’ via internet wereldkundig, hetgeen bijvoorbeeld leidde tot een artikel in de Boston Globe, Rakowsky, 10-04-1996; Memory expert supports woman, waaruit het volgende citaat:

​Yesterday, the expert witness dr Bessel van der Kolk testified that the phenomenon of repressed memories among trauma-victims, especially those suffering childhood sexual abuse, is widely accepted by scientists and doctors.\

​’Ondersteunend bewijs’

Op verzoek van de rechter haalde vdK twee onderzoeken aan, waaruit, zo beweerde hij, onomstotelijk kon worden afgeleid dat het begrip ‘hervonden herinneringen’ een vaststaand feit was.

Het eerste betreft:

https://pdfs.semanticscholar.org/ffc4/af709504322d4774c5bde05b028d660d3bd5.pdf

Dit is werkelijk een schoolvoorbeeld van onderzoek dat gebaseerd is op een cirkelredenering, of ‘begging the question’ (principii petitio), zie

​Het betreft 53 vrouwen die door hun therapeuten, J. Herman en E. Schatzow, tevens de schrijvers van het artikel, waren toegewezen aan een ‘incest survivors group’. 16 daarvan hadden geen enkele herinnering aan (het) misbruik en werden dus in de groep gezet omdat de therapeuten op basis van hun verschijnselen incest vermoedden. Dat de groepsdruk om te herinneren een grote rol speelde blijkt uit het volgende citaat van de onderzoekers:

​Participation in group proved to be a powerful stimulus for recovery of memory in patients with severe amnesia. Almost all of the women who entered the group complaining of major memory deficits and who defined a goal of recovering childhood memories where able to retrieve previously repressed memories [of incest] during group treatment (blz 8)

​Kortom: vrouwen treden toe in een incestgroep omdat het ‘common knowledge’ was in die tijd dat bijna elk probleem dat je op volwassen leeftijd ontmoet aan seksueel misbruik te wijten is. En ja hoor: ze beginnen zich, gestimuleerd door de verhalen van anderen, concrete details te herinneren.

Daarnaast zijn er in de groep vrouwen die zich bewijzen herinneren: dagboeken, een ander die in het gezin hetzelfde zegt te hebben ondergaan, of foto’s (?) Het wordt echter niet duidelijk of dit de 30% van de vrouwen betreft die al (gedeeltelijk) herinneringen hadden. Bovendien wordt het feit dat ze zeggen ‘bewijs’ te hebben op face value geaccepteerd. De validatie is volledig afhankelijk van wat de vrouwen beweren.

​Als je weet dat veel vrouwen met hervonden herinneringen claimen littekens te hebben, die niet bij medisch onderzoek worden aangetroffen, of kinderen te hebben gekregen, zonder dat hun baarmoedermond daarvan de sporen draagt, kun je hun getuigenis niet zomaar voor waar aannemen. En letterlijk alles in dit onderzoek is gebaseerd op wat de betreffende vrouwen zeggen. Deze teneur heerst nog steeds onder therapeuten en wordt door vermeende incestslachtoffers ook geclaimd, omdat niet-geloofd-worden een herhaling van het misbruik zou zijn. Ook bij #Metoo heet het: a woman’s word is enough! Maar zodra er een man herinneringen in Metoo-verband onthult over één van de initiatoren van Metoo, wordt er geroepen: ho eens even! Het kan ook heel anders liggen.

​Is dit onderzoek dus hèt bewijs dat hervonden herinneringen op waarheid zijn gebaseerd, zoals van der Kolk eenstemmig met de onderzoeksters beweert? Is dit ‘één van de beste onderzoeken die er tot op heden zijn gepubliceerd ter ondersteuning van hervonden herinneringen’?

​Gelukkig voor de hervonden-herinnering proponenten is er nòg een onderzoek – en wel één dat bij voortduring wordt aangehaald en door van der Kolk en z’n medestanders tot het aller- allerbeste wordt gerekend dat er op het gebied van de bewijsvorming betreffende hervonden herinneringen bestaat. Van der Kolk heeft deze troef uitgespeeld bij de bovenvermelde rechtszaak en noemt hem ook in ‘The Body Keeps the Score’. Maar in de beschrijving van dit onderzoek begaat hij een tweetal kleine vergissingen, die ongetwijfeld op het conto geschreven moeten worden van het feit dat er zo enorm veel informatie in het boek staat, dat er ook wel eens foutjes in sluipen. Opvallenderwijs zijn dit fouten die hem bijzonder goed uitkomen, in zijn pleidooi voor verborgen herinneringen. Citaat:

​One of the most interesting studies was conducted by Dr. Linda Meyer Williams, which began when she was a graduate student in sociology at the University of Pennsylvania in the early 1970s. Williams interviewed(*) 206 girls between the ages of ten and twelve(*) who had been admitted to a hospital emergency room following sexual abuse.

​Het betreft het volgende onderzoek: https://www.researchgate.net/publication/15338042_Recall_of_childhood_trauma_A_prospective_study_of_women’s_memories_of_child_sexual_abuse.

​Het gaat om kinderen in de leeftijd van 10 MAANDEN tot 12 jaar(*) voor het grootste deel van Afro-Amerikaanse afkomst en uit arme wijken. Het ziekenhuis had voor de gezinnen de functie van eerstelijns gezondheidszorg, dus wat bij ons de huisarts is. De dissertatie van dr. Williams heeft er in de 70er jaren toe bijgedragen, dat de kijk op seksueel misbruik van kinderen begon te verschuiven. Het bleek meer voor te komen dan gedacht en daarnaast waren de daders in de meeste gevallen geen vreemden, maar mannen in de bredere sociale omgeving van het kind.

Linda Williams heeft de aantekeningen bestudeerd(*) die bij de intake waren gemaakt en de gevallen geselecteerd die ongevraagde seksuele activiteiten betroffen, van handtastelijkheden tot penetratie, met een dader die minstens vijf jaar ouder was dan het slachtoffer. Omdat het haar opzet was een proefschrift over verkrachting te schrijven, heeft ze het seksueel grensoverschrijdende gedrag als een eenmalige gebeurtenis gezien. Systematisch misbruik kwam in die tijd overigens nog niet in het woordenboek voor.

​Na 17 jaar was het tij gekeerd en leek het interessant om na te gaan hoe het verder met de kinderen was gegaan en met name of ze zich nog iets van het misbruik herinnerden. Het was voor dr. Williams een unieke kans, omdat alle onderzoek tot dan toe retrospectief was geweest en zoals we hier boven hebben gezien kleven daar veel bezwaren aan, omdat je als onderzoeker veelal afhankelijk bent van wat je proefpersonen zich zeggen te herinneren.

​Bij navraag bleek 38% van de 129 opgespoorde vrouwen zich het misbruik niet te herinneren. Williams heeft er terdege rekening mee gehouden dat het moeilijk is om aan een vreemde opening van zaken te geven en de interviews duurden gemiddeld drie uur. Het feit dat er van die 38% meer dan twee derde was die wel ander misbruik noemde, maakt dat schaamte bij hen in elk geval geen rol heeft gespeeld. Maar het feit dat ze het misbruik dat gedocumenteerd was niet noemden kan gelegen zijn in de omstandigheid dat het niet speciaal opviel tussen alle andere incidenten.

Blijft over 11% die helemaal geen misbruik noemde. Zoals hierboven onderstreept was een gedeelte van de kinderen te jong om zich incidenten te kunnen herinneren. Helaas geeft Williams geen uitsluitsel over de vraag of de betreffende volwassenen meegerekend zijn in bovengenoemde 11%. Wel zegt ze in het algemeen dat hoe jonger de kinderen waren toen het misbruik plaatsvond, hoe waarschijnlijker het was dat ze het waren vergeten. Voorts mag je verwachten dat de kinderen die slechts onzedelijk betast waren, daar geen speciale herinneringen aan over hielden. Een kind geeft hieraan nu eenmaal een andere betekenis dan een volwassene.

Bovendien speelt het feit dat ze in hun jeugd vaker bij het ziekenhuis zullen hebben aangeklopt, daar het immers de eerste lijn vormde, zonder twijfel een belangrijke rol in het vergeten. Er is geen enkele reden waarom ze zich deze ene keer speciaal zouden herinneren.

​​Amnesie
For unfathomable reasons, psychological amnesia is almost as popular with clinicians who specialize in sex abuse as it is with Hollywood writers. (Margaret A. Hagen, Whores of the Court, 1997)

Er blijft dus niet veel over om op te bouwen, voor de hervonden-herinneringen adepten. En als dit het beste is wat ze te bieden hebben, ziet het er niet hoopvol voor ze uit. Linda Meyers William vermijdt in haar zorgvuldig opgezette studie het woord ‘amnesie”, dat geassocieerd wordt met een abnormale wijze van vergeten, hetzij door hoofdletsel, hetzij door een psychische trauma. Maar anderen, waar onder vdK, hebben minder scrupules, noemen elk niet-herinneren ‘ dissociatieve amnesie’ en gebruiken het ter illustratie van het bestaan van verdrongen herinneringen. Van der Kolk bestaat het zelfs om aan twee kinderen die door de bliksem werden getroffen, waarbij een kameraadje werd gedood, verdrongen herinneringen toe te schrijven en niet te vermelden dat ze bewusteloos waren geweest. Zo wordt zelfs het feit dat veel overlevenden van de concentratiekampen niet precies meer wisten hoeveel schoorstenen de verbrandingsovens hadden, aangevoerd als een bewijs voor verdrongen herinneringen. Onze eigen professor Wagenaar wordt aangehaald, waar hij in zijn beschrijving van kamp Erica aantoont dat het geheugen van holocaustoverlevenden niet slechter is dan dat van ieder ander. Maar het is niet perfect. En daar van der Kolk en anderen nu eenmaal denken dat traumatische herinneringen een exacte kopie vormen van de gebeurtenissen, is dit voor hen het bewijs dat er zaken verdrongen worden.

Het is tamelijk hopeloos.